Op de middelbare school is het rooster gevuld, de stof afgebakend, en wordt er van buitenaf bijgehouden of het werk gedaan is. In het hoger onderwijs valt dat grotendeels weg. Wie daar nooit een eigen systeem voor heeft hoeven ontwikkelen, merkt dat pas als het nodig is.

Wat er precies verandert

  • Contacturen dalen sterk. Waar op het vwo dertig lesuren per week normaal zijn, gaat het in het eerste jaar vaak om twaalf tot achttien uur. De rest van de veertig uur moet zelf ingedeeld worden.
  • Niemand controleert tussentijds. Huiswerk wordt niet nagekeken en achterstand valt pas op bij de eerste toetsing.
  • De stof is omvangrijker per toets. Een tentamen beslaat vaak een heel blok in plaats van twee hoofdstukken.
  • Uitleg is minder sturend. Bij hoorcolleges wordt de structuur verondersteld bekend te zijn uit de literatuur.
  • De omgeving is nieuw. Nieuwe stad, nieuwe woonsituatie, nieuwe contacten, vaak een bijbaan. Dat kost energie die niet naar studeren gaat.

Waarom juist goede leerlingen kunnen vastlopen

Wie op de middelbare school ruim voldoende haalde zonder veel te studeren, heeft nooit hoeven leren hoe studeren gaat. Het ontbreekt niet aan capaciteit maar aan een werkwijze. Op het moment dat de stof te omvangrijk wordt om in één avond te overzien, is er geen systeem om op terug te vallen, en wordt de eerste tegenvaller uitgelegd als een gebrek aan intelligentie.

Dat is een verkeerde conclusie met vervelende gevolgen: twijfel over de studiekeuze, uitstelgedrag, en soms uitval terwijl het probleem oplosbaar was.

Wat helpt in de eerste weken

De periode voordat er iets misgaat is het meest geschikt om een werkwijze op te bouwen. Concreet:

  • Een week bijhouden waar de tijd heen gaat, om te weten hoeveel studietijd er werkelijk is.
  • Vaste studieblokken in het rooster zetten op de uren tussen colleges, in plaats van die uren open te laten.
  • Na elk college binnen 24 uur tien minuten besteden aan het ophalen van de kern zonder aantekeningen erbij.
  • Aan het begin van elk vak de toetsvorm opzoeken, zodat de manier van leren daarop wordt afgestemd.
  • Aansluiting zoeken bij medestudenten, niet alleen sociaal maar ook voor de praktische informatie die nergens staat opgeschreven.

Waar hulp te vinden is

Elke instelling heeft studieadviseurs, en die zijn er ook voor vragen die nog geen probleem zijn. De drempel wordt vaak hoger ingeschat dan die is. Daarnaast bestaat er particuliere begeleiding gericht op deze overgang: https://nextlevelstudentencoaching.nl/begeleiding-voor-eerstejaarsstudenten/ beschrijft een traject dat specifiek op eerstejaars is gericht.

Voor het opbouwen van een eigen werkwijze zijn de gidsen op deze site een startpunt, in het bijzonder die over planning en over leertechnieken.