Begin bij de toetsvorm, niet bij het boek

Een meerkeuzetoets vraagt iets anders dan een open toets, en een casustoets vraagt weer iets anders dan een reproductietoets. Voordat er een uur gestudeerd wordt, is het zinnig te achterhalen wat gevraagd wordt: welke stof telt mee, hoeveel vragen, welk type, hoeveel tijd, en waar oude toetsen of oefenvragen te vinden zijn.

Die informatie stuurt de manier van leren. Bij toepassingsvragen heeft het weinig zin definities uit het hoofd te leren; bij een tentamen met begrippenvragen heeft het weinig zin uitsluitend casussen te oefenen.

Werk in drie rondes

  1. Doornemen. De stof één keer volledig doorwerken, met als doel overzicht: welke onderdelen zijn er, hoe hangen ze samen, wat is duidelijk en wat niet.
  2. Verwerken. Per onderdeel oefenen met ophalen: vragen beantwoorden zonder het boek, schema's uit het hoofd maken, opgaven maken. Hier zit het meeste rendement.
  3. Herhalen. Korte rondes over de hele stof, met nadruk op wat in ronde twee misging. Dit vraagt minder tijd dan verwacht wanneer ronde twee goed is gedaan.

Wie deze rondes achterstevoren doet, dus eerst herhalen en pas op het laatst verwerken, komt tijd tekort op het punt waar het meeste te winnen valt.

Oefen minstens één keer onder toetsomstandigheden

Een oude toets maken met een tijdslimiet, zonder aantekeningen en zonder pauzes, levert twee dingen op. Het laat zien of de stof onder tijdsdruk beschikbaar is, en het maakt de situatie op de dag zelf minder onbekend. Beide verlagen de spanning.

Belangrijk is het nakijken achteraf. Niet alleen tellen wat goed is, maar per fout vaststellen waar die vandaan komt: onbekende stof, verkeerd gelezen vraag, tijdgebrek of een rekenfout. De categorie bepaalt wat er in de resterende dagen moet gebeuren.

De laatste dagen

Nieuwe stof erbij pakken in de laatste 24 uur levert zelden op wat het kost, en gaat vaak ten koste van de rust waarmee de rest opgehaald kan worden. De laatste dag is geschikt voor korte herhalingsrondes, het nalopen van eerder gemaakte fouten en het klaarleggen van praktische zaken.

Doorhalen van de nacht verlaagt aantoonbaar het vermogen om informatie op te halen en om onder tijdsdruk helder te blijven. Het is in vrijwel alle gevallen een slechtere ruil dan een paar uur minder herhaling.

Spanning op de dag zelf

Enige spanning hoort erbij en helpt zelfs bij de scherpte. Het wordt hinderlijk wanneer het denken blokkeert. Wat daarbij helpt:

  • Ruim op tijd aanwezig zijn, zodat haast geen extra spanning oplevert.
  • Vlak voor aanvang niet meer met anderen de stof doornemen; dat vergroot bij de meeste mensen de onzekerheid.
  • Bij aanvang eerst de hele toets doorbladeren en beginnen bij een vraag die zeker beheerst wordt.
  • Bij een blokkade: een minuut rustig ademen met een langere uitademing dan inademing, en daarna verder bij een andere vraag.
Bij herhaalde black-outs

Wanneer de stof wel beheerst wordt maar tijdens toetsen structureel niet beschikbaar is, gaat het meestal niet om studietechniek. Een studieadviseur, schooldecaan, studentenpsycholoog of studiecoach kan hier gerichter mee helpen.

Na afloop

De uitslag zegt iets over de toets, niet over de persoon. Zinniger dan het cijfer is de vraag welke fouten er zijn gemaakt en waar die vandaan kwamen. Bij een onvoldoende geeft dat richting voor de herkansing; bij een voldoende laat het zien welke onderdelen bij het volgende tentamen aandacht nodig hebben.

Veelgestelde vragen

Hoeveel dagen van tevoren beginnen met leren?

Dat hangt af van de omvang en de toetsvorm. Bruikbaarder dan een vast aantal dagen is terugtellen: eerst vaststellen hoeveel oefenrondes nodig zijn, dan de benodigde uren bepalen en die over de beschikbare dagen verdelen.

Is een nacht doorhalen ooit verstandig?

Zelden. Slaaptekort verlaagt het vermogen om informatie op te halen en om onder tijdsdruk te blijven nadenken, waardoor de extra uren studeren meestal niet opwegen tegen het verlies.

Wat te doen bij een black-out tijdens het tentamen?

Stoppen met de vraag, een minuut rustig ademen met een langere uitademing dan inademing, en verdergaan bij een vraag die wel beheerst wordt. Terugkomen bij de eerste vraag lukt daarna vaak wel.