Het collegejaar begint en in steden als Delft en Leiden wisselen in een paar weken duizenden kamers van bewoner. De aandacht gaat naar huur, inschrijving en het eerste rooster. Sleutels en sloten komen pas ter sprake op het moment dat er iets misgaat: een gestolen laptop uit een kamer die niet op slot zat, een sleutel die na een feest zoek is, of een vorige bewoner die nog steeds binnen kan. Een paar afspraken in de eerste weken voorkomen het grootste deel van die problemen, en ze kosten weinig tijd.
De sleutelbos van de vorige bewoner
Bij de overdracht van een kamer gaat de sleutel meestal van hand tot hand, zonder tussenkomst van de verhuurder. Hoeveel kopieën de vorige bewoner heeft laten maken, weet niemand. Een reservesleutel bij een vriend, een exemplaar bij de ouders en een sleutel die ooit aan een huisgenoot is uitgeleend: het komt vaak voor. Wie een kamer betrekt, doet er goed aan te vragen hoeveel sleutels er zijn en wie ze heeft.
Bij een kamerslot met een gewone cilinder is vervangen van die cilinder de enige manier om zeker te weten dat alleen de nieuwe bewoner binnen kan. Dat is een klus van een kwartier. In een huurwoning is het slot doorgaans eigendom van de verhuurder, dus het vervangen wordt vooraf met de verhuurder of de huisbaas afgestemd. De oude cilinder wordt bewaard, zodat die bij vertrek eventueel teruggeplaatst kan worden.
Een voordeur die niemand afsluit
In veel studentenhuizen wordt de voordeur alleen in het slot getrokken en niet met de sleutel afgesloten. Een deur die alleen in de dagschoot valt, is met een stuk plastic of een stevige duw vaak binnen een minuut open. Inbrekers weten dat, en een gang met fietsen, jassen en laptops in onafgesloten kamers is een makkelijk doelwit. De afspraak dat de laatste die 's avonds thuiskomt de voordeur op het nachtslot draait, scheelt veel. Een briefje aan de binnenkant van de deur helpt in de eerste weken om het een gewoonte te maken.
Buitengesloten, en dan
Buitengesloten raken gebeurt in een studentenhuis vaker dan in een gezinswoning, simpelweg omdat er meer bewoners met meer sleutels en wisselende tijden zijn. Een huisgenoot met een reservesleutel lost het meestal op. Is er niemand thuis, dan is de vraag of de deur alleen is dichtgevallen of ook op het nachtslot zit. Een dichtgevallen deur kan een slotenmaker in de regel openen zonder schade aan het slot. Bij een deur op het nachtslot moet de cilinder soms worden geopend of vervangen.
Het helpt om vooraf te weten wie er gebeld kan worden, zodat er niet om middernacht met een zoekmachine een willekeurig nummer wordt gekozen. Daar zitten ook partijen tussen die pas ter plekke een prijs noemen. Voor studenten in Delft staat de informatie van De Slotenmaker Expert online, voor Leiden op deslotenmakerexpert.nl. Het nummer van een vaste slotenmaker in de telefoon van elke huisgenoot voorkomt keuzes onder tijdsdruk.
De fiets telt ook mee
In studentensteden is fietsendiefstal de meest voorkomende vorm van diefstal. Een fiets in de gang van het huis is alleen veilig als de voordeur ook echt op slot zit. Buiten geldt dat een tweede slot, een ketting of beugelslot aan een vast punt, het verschil maakt tussen een fiets die blijft staan en een fiets die meegaat. Ook hier geldt: de sleutels van fietssloten horen niet aan dezelfde bos als de huissleutel, zodat een verloren bos niet meteen toegang geeft tot huis en fiets.
Afspraken die werken
- Een lijst van sleutels. Wie heeft welke sleutel van de voordeur, en waar ligt de reservesleutel.
- Het nachtslot als vaste gewoonte. De laatste die thuiskomt, draait de voordeur op slot.
- Kamers op slot bij afwezigheid. Ook voor een kwartier naar de supermarkt.
- Een vast nummer voor noodgevallen. Opgeslagen bij elke huisgenoot, met de afspraak wie de kosten draagt.
- Bij vertrek alle sleutels terug. Inclusief kopieën, overgedragen aan de nieuwe bewoner of de verhuurder.
Een studentenhuis draait op vertrouwen tussen huisgenoten. Duidelijke afspraken over sleutels en sloten passen daarbij en voorkomen dat een gezellig huis een plek wordt waar spullen verdwijnen.